Kwartierstaat van

Robertus Everhardus Frederikus Sanders

geb. op 5 mei 1951 te Oude Pekela

                                                      

       1.   Robertus Everhardus Frederikus Sanders

geb. 5-5-1951 te Oude Pekela, geh. met Marianne Jantina Werkman, geb. 5-7-1956 te Winschoten

       2.   Robertus Everhardus Fredericus Sanders
               
geb. 19-9-1901 te Oude Pekela    voor foto Westerschool klik hier

       3.   Aaltje Snakenborg
               
geb. 12-1-1913 te Nieuwe Pekela

       4.   Johannes Sanders  geb. 28-6-1861 te Onstwedde,

overl. 15-4-1913 te Oude Pekela



Hij diende in het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL) van 1884 tot 1896. Aanmelding van vrijwilliger per 10 augustus 1882 bij het Regiment Infanterie. Op 11 mei 1882 ingelijfd bij het 5e Regiment Infanterie. Op 15 september 1883 met groot verlof. Op 7 maart 1884 verbintenis aangegaan voor het KNIL als soldaat, infanterist, fuselier. Op 14 mei 1884 vertrek vanuit Amsterdam met het stoomschip 'Prinses Amalia'. Aan boord bevonden zich 3 officieren en 73 manschappen. Het schip volgde de voor stoomschepen gebruikelijke route: vanuit Amsterdam werd eerst Southampton aangedaan, waar kolen werd ingeladen. Dat gebeurde hier omdat brandstof in Engeland veel goedkoper was dan in eigen land. Vanuit Southampton voer het schip naar Marseille. De overland-mail en passagiers werden aan boord genomen waarna de reis werd voortgezet. Rond Gibraltar en door de Middellandse Zee passeerde de 'Prinses Amalia' het Suezkanaal. Door de Rode Zee ging het en in Port Said werd opnieuw kolen gebunkerd. De laatste keer dat dit gebeurde was - voor dit soort schepen - Aden of op het eiland Ceylon. Daarna voer het schip door de Straat van Malakka. Singapore passerend, arriveerde de 'Prinses Amalia' uiteindelijk door de Java Zee op 26 juni 1884 in Batavia. Eenmaal aangekomen werd Johannes Sanders ingelijfd bij het 6e Bataljon Infanterie garnizoen Banjoe Biroe (bij Ambarawa, Midden-Java). In 1885, 1886 en 1887 in het 6e Bataljon Infanterie te Magelang.

 

ss-pramalia1874-1906.jpg (97826 bytes)

stoomschip 'Prinses Amalia'

 

In 1887 overgegaan naar het 7e Bataljon Infanterie te Magelang (tot 24 september 1888). 3e Bataljon Infanterie te Atjeh: 26 november 1888 tot 21 april 1889. Onderscheiden o.m. voor gevechtsacties tegen Atjeh. Vanaf 21 april 1889 gedetacheerd te Ngavi (7e Bataljon Infanterie). Hij stierf aan de gevolgen van de tering, veroorzaakt - naar verluidt - door de zeer fijne haardeeltjes die 'zijn vriendin' door zijn eten zou hebben gestrooid nadat zij vernam dat hij voornemens was naar Nederland terug te keren.
Versierselen KNIL: Bronzen Medaille (18 oktober 1889), Zilveren Medaille en Ereteeken voor Belangrijke Krijgsbedrijven (1873-1890) met een bijbehorende gesp, waarop het tijdvak was vermeld van de gevechtshandelingen. Gouveneursbesluit, no. 33 (1896): Certificaat van goed gedrag. Na 12 jaar diensttijd vertrok Johannes Sanders op 27 mei 1896 vanuit Nederlandsch Indië weer naar Nederland. Scheepstijdingen geven aan dat de het schip, de 'Prins Alexander', op 21 juni van dat jaar Stromboli passeerde en op 26 juni ter hoogte van Gibraltar voer. Het schip liep op 1 juli 1896 de haven van IJmuiden binnen.

 

ss-prins-alexander.jpg (64363 bytes)

stoomschip 'Prins Alexander'

 

geh. 23-4-1898 te Oude Pekela

 

       5.   Margaretha Roberta Thecla Brian
               
geb. 25-12-1870 te Oude Pekela, overl. 1-5-1951 te Groningen,
                begr. te Oude Pekela

Johannes Sanders en Griet Brian woonden te Oude Pekela aanvankelijk op de Compagniesterwijk. Als Johannes Sanders in 1913 sterft, wonen zij op de Roomsche Wijk, eveneens te Oude Pekela

       6.   Hendrik Snakenborg  geb. 24-8-1860 te Oostwold (NH)

Hij was landbouwsmid van beroep en wel te Groningen en Nieuwe Pekela (± 1910 de smidse van oud-smid Stoker overgenomen)

overl. en begr. te Nieuwe Pekela                    

       7.   Jantje Beuving 

geb. 15-2-1874 te Groningen (NH), overl. 15-11-1963 'bij ons thuis op de Kerklaan 23' te Oude Pekela, begr. te Nieuwe Pekela
 

       8.   Friderich Sanders  geb. 5-11-1817 te Lathen, ged. (RK, St Vituskerk)

        6-11-1817 te Lathen, timmerman, overl. 11-8-1886 te Onstwedde, begr. te Onstwedde



               

 

2e huw. 4-5-1872 met Anna Margaretha Schulte (Scholten, Scholtens), geb. 2-12-1832 te Dörpen, ged. (RK) 4-12-1832 te Dörpen. Doopgetuigen: Gerhard Schulte (Dörpen) en Catharina Schulte (Neu Rhede), dochter van Hermann Heinrich Schulte en Helena Kampling

1e huw. 2-9-1847 te Oude Pekela (RK Kerk 27-9-1847 te Oude Pekela)


  

  De oude RK Kerk te Oude Pekela   


Getuigen bij het kerkelijk huwelijk zijn:
Godolphus Joh. Fred. Drenth en Henr. Joh. Laurentius Kloppenburg. Getuigen bij het huwelijk voor de burgerlijke stand zijn:
Abel Harms Migchels (landbouwer), Hildert Roelfs Huiting (veldwachter), Petris Derks Broeszer (smid) en Frederik Strockmeijer (smid)


Het door Friderich Sanders en Susanna Lange bewoond huisje aan de huidige Beukenweg 11 te Onstwedde, in 1869 gekocht van boer Dun te Stadskanaal

voor uittreksel kadaster klik hier

 

        9.   Susanna Lange  geb. 28-4-1824 (RK) te Neu Rhede, overl. 23-4-1870 te 
                Onstwedde
     voor gedoopt klik hier

De door pastoor Rud. Otten te Lathen ondertekende verklaring, d.d. 16-4-1840, omtrent de doop van Friderich Sanders is een aanwijzing dat Friderich en Susanna zich vóór deze datum reeds in Nederland zullen hebben bevonden/'gevestigd'

     10.   Robertus Wilhelmus Brian  geb. 4-11-1804 te Oude Pekela, ged. (RK)
                te Oude Pekela, koperslager, overl. 1-5-1887 en begr. te Oude Pekela

voor Memorie van Successie (deel 1) klik hier     voor MvS (deel 2) klik hier    

1e huw. met Sara Jurjens Kramer, geb. 5-5-1800, naaister, overl. 20-9-1861 te Oude Pekela, dochter van Jurrien Willems Kramer, schipper, en Christina Willems Kock, schipper.  voor Memorie van Successie (dl 1) klik hier    voor Memorie van Successie (dl 2) klik hier
Zij kopen op 24-6-1841 (acte verleden voor notaris C.H. Busmann te Sappemeer) van Koert Koerts Winkel, predikant te Hoogeveen, 'een huis, schuur en tuin, groot twee roeden dertig ellen, Noordkant te Oude Pekela, Sectie A 400, vrije en eigen grond. Het perceel (t.n.v. Roelf Jans Glim) grenst ten noorden aan de laan van Teunis Harms Hut, ten oosten aan de erven Derk Schotema, ten zuiden aan den Heereweg en het hoofddiep en ten westen aan de weduwe Jan Baltus de Vries. Koopprijs ƒ 500,--, rente 4½ %.'
Acte van cessie d.d. 12-8-1846 (verleden voor notaris C.H. Busmann te Sappemeer: ƒ 500,-- gecedeerd aan Hilbrand Harms Pot (oud koopvaardij-kapitein) te Oude Pekela. Rente vanaf deze datum 4 %'

                2e huwelijk met:

      11.   Thecla Bernadina Klein
 
geb. 19-5-1836 te Zuidwending in het huis no. 1025,
                overl. 26-1-1892 te Oude Pekela


      12.   Christiaan Snakenborg  
geb. 17-1-1825 te Bunde, ged. 23-1-1825 (Ev.)
                te Bunde, landbouwsmid,

                1e huw. 6-4-1851 met Lupkea Jans Herkes, geb. 10-3-1827, overl. 11-10-1858 te Midwolda

 

                

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      

       2e huwelijk met:      voor afkondiging voorgenomen huwelijk klik hier

 

      13.   Aagtje Beerthuis  geb. 12-12-1833 te Eexta in het huis no. 29

      14.   Lammert Niklaas Beuving  geb. 3-12-1845 te Roden, overl. 20-3-1926 te Oldekerk,

                30-5-1872 te Peize geh. (2e huw.) met

      15.   Jantien Ottens  (Jantje), geb. 17-11-1844 te Peize, overl. 1-3-1889 te Leutingewolde

      16.   Everhardus Theodorus Sanders  
geb. 4-5-1793 te Lathen,                               

ged. 25-5-1794 (RK) te Lathen,     voor handtekening klik hier

doopget.: Dirck Sanders, Joes Borgers en Anna Aleid Wubben,
timmerman, overl. 15-10-1875 te Onstwedde, begr. te Onstwedde, geh. 31-1-1815 (RK, Sint Vituskerk) te Lathen (get.: Gerd Sanders, 'Schuhmacher in Sappmern in Groningenland' en Bernd Middendorp, 'Ackermann wohnt in Wippingen')

      17.   Helena Middendorff  geb. 1779 te Wippingen,

                dienstmaagd te Niederlangen, overl 15-12-1849 te Onstwedde, begr. te Onstwedde

      18.   Everhard Hendrich Lange 
geb. 24-11-1789

      19.   Lucia Kampling 
geb. en ged. 1803 te Neu Rhede, overl. 12-2-1853 te
                Neu Rhede, begr. 14-2-1853 te Rhede

      20.   Wilhelmus Brian 
geb. 22-12-1765 te Norden (RK),
                koperslager, overl. 22-5-1851 te Oude Pekela, begr. te Oude Pekela,

               
                           

                                Handtekening van Willem Brian
 

geh. 23-4-1804 te Oude Pekela 

      21.   Grietje Jans de Groot  geb. 1775, overl. 17-8-1844 'op Numero Vijftien'
                te Nieuwe Pekela.
     voor Memorie van Successie klik hier

Op 11-9-1811 wonen Wilhelmus Brian en Grietje Jans de Groot 'in het huis No. 446 te Oude Pekela', op 7-3-1814 wonen zij 'in het huis No. 203 te Oude Pekela'

Op 17-8-1844 wonen zij in het huis No. 6 te Nieuwe Pekela

      22.   Joh. Henderikus Klein

      23.   Margaretha Johanna Pass


      24.   Herman Snakenberg 
(Snakenborg), geb. 29-4-1797, ged. 7-5-1797 (Ev.)
                te Bunde, Schuhmacher, overl. 20-12-1857 te Bunde, geh. 29-12-1816 (Ev.) te Bunde 

      25.   Aaltje Duin 
geb. 17-11-1795 te Bunde, ged. 22-11-1795 (Ev.) te Bunde,
                overl. 1-1-1845 te Bunde

      26.   Hindrik Woltes Beerthuis

      27.   Thedina Ubbes van Oosten

      28.   Nicolaas Lammerts Beuving  (Niklaas), geb. 6-11-1785 te Roden,

                overl. 12-2-1863 te Roderesch, geh. (2e huw.) met

      29.   Jantje Berends Aalderkamp  (Aaldenkamp), geb. 18-2-1818 te Steenderen,

                overl. 20-4-1890

      30.   Hindrik Wiefering Ottens

      31.   Trientien Jans Bimold  (Bimolt)

      32.   Hermann Friderich Sanders
 
geb. 30-6-1759 te Düthe, timmerman

ged. 2-7-1759 (RK) te Lathen, doopgetuigen: Augustinus Aselage, Helena Albers en Joan Sinnigen
geh. 25-8-1791 (RK) te Lathen, trouwget.: Gerdt Anton Albers en Evert Wubben

      33.   Catharina Margaretha Wubben  geb. te Frackel,

                ged. (RK) 11-11-1769 te Lathen, Ackersfrau
                doopget.: Engel Crutzmann, Joan Gerdt Rolfes en Anna Grete Reiners 
        

      34.   Bernd Middendorff 
geb. te Wippingen, landbouwer

      35.   Anna Memken

      38.   Gerhardus Henrichs Kampling
 
geb. 14-8-1762 te Rhede, colonus (pachter),

                geh. 24-11-1789 met

      39.   Susanna Jansen Abels  
geb. 1766, overl. 3-6-1846.
                De naam Abels komt in het kerspel Rhede reeds voor in de jaren '50 van de 17e eeuw


      40.   Robertus Brian 
geb. 8-4-1736 te Norden, ged. Luth. te Norden, koperslager

      41.   Phenenna Ulferts 
geb. 10-9-1731 te Leer, overlijdensacte: 'Fenna Olvers van Lijer'

      48.   Hermann Schnackenberg 
geb. 7-4-1754, ged. (Ev.) te Nartum,
                1797: arbeider , 1821: koopman en Schankwirth, overl. 1-5-1821 te Bunde,
                geh. (Ev.) 12-12-1793 te Groningen


      49.   Elisabeth Breda 
ged. 10-5-1752 te Groningen, overl. 29-10-1837 te Bunde

      50.   Kristjaan Tonnys Duin  
geh. 13-3-1793

      51.   Dedde Wilken 
(haar 1e huwelijk was dat met Andr. v. Hövelen)

      56.   Lammert Henderks Beuving

      57.   Trijntje Niklaas  Trientien Nikolaas, geb. te Roden, ged. 22-10-1756 te Roden

      58.   Berend Berendsen Alderkamp

      59.   Derkjen Bosveld

      64.   Gerard Hermann Sanders 
geb. 12-11-1728 te Klein Berssen*  geh. 4-5-1751 met

      65.   Anna Maria Margaretha Elisabeth Aselage 
geb./ged. (RK) 11-5-1719 te Lathen

      66.   Evert Bene Evers 
geb. 14-8-1726 te Frackel, ged. (RK) te Lathen

doopgetuigen: Sander Reinertz, Sibilla Rulves, testis: Gerd Kattman,

geh. (RK) 12-11-1754 te Lathen, trouwgetuigen: Lucas Schulten en Bernard Wolbeck (koster). Bij zijn huwelijk met Catharina Jansen wordt Evert Bene Evers genoemd: Evert Wubben

      67.   Catharina Jansen  ged. 8-9-1731

doopgetuigen: Aleidt Hermsen en Gerdt Roluffs, testis: Tibe Wilckens. Bij haar huwelijk met Evert Bene Evers wordt zij Catharina Gerdes genoemd

      76.   Henrich Kampling  (Campeling)  geb. 19-10-1733 te Rhede, geh. 21-2-1754 te Rhede

      77.   Lucretia Otto Blanckmann 
geb. en ged. 8-5-1729 te Rhede.
            
Bij haar huwelijk wordt zij Lucretia Ottens genoemd; zij is overl. op 26-7-1817,

                begr. 28-7-1817 te Rhede als vidua (weduwe) Luzia Blanckens

      80.   Wilhelm Roberts Brian  
geb. en ged. (Ev.Luth.) 5-10-1706 te Norden,
                'Fürnehmer Kauf- und Handelsmann allhier in Norden', geh. 5-12-1733 te
                Groningen


      81.   Geertruida Ketelaar 
(Gerdruth Kettlers) geb. 1708 te Groningen, overl. en
                begr. 7-3-1777 te Norden: 'Wilhelm Brian Fr., Neu Weg, Catoliq. Schwindsucht, 68 J.'


      82.   Luto Hiëronymus Ulferts  
geb. 30-4-1676 te Emden,

goud- en zilversmid, overl. 25-3-1758 te Leer.
Vermoedelijk leerde hij het vak van goud- en zilversmid van Hendricus Syverts te Emden. Luto Hiëronymus Ulferts gaat van Emden naar Leer, alwaar hij zijn vak verder uitoefent

      83.   Gezina Schröder  overl. 17-12-1763

      96.   Hermann Schnackenberg  
ged. (Ev.) 3-12-1709 te Taaken,
                geh. (Ev.) 25-10-1737 te Sottrum


      97.   Maria Köncken 
ged. (Ev.) 23-6-1719 te Nartum

      98.   Antonius Breda 
geb. te Utrecht, 'soldaat in de Compagnie van majoor Paats' (1752),

geh. 25-5-1752 in de Noorderkerk te Groningen

      99.   Elsje Josefs  ged. 24-7-1726 te Groningen

    114.   Nicolaes Jans  geb. te Steenbergen, ged. 19-1-1720 te Roden

    115.   Fennechien Harms

    128.   Alexander Sanders  geb. ± 1690,

                ook: Kröger genoemd vanwege het 1e huw. van Johanna Rotvoß met Alexander Kröger

                geh. vóór 1719 met

    129.   Johanna Rotvoß  Joanna Rottvoß (Rotmes, Rottoß, Rõttekesß),

geb. ± 1690 te Meppen, begr. 31-3-1770 te Klein Berßen
 

    130.   Hermann Aselage  geb. ± 1684 te Holte (?)
                'incola bij Schwering' (pachter op Hof Schwering) te Düthe   

Hof Schwering stond in de Bauerschafft Düethe. Herman Schweringk was een vrij Erbe. Hij was 'lehenrurig unter Engelbert von Langen'. Het Hof omvatte ongeveer 8½ ton zaad roggeland. In het jaar 1640 was Herman Schweringk aan Juncker Duethe over ongeveer de helft van zijn landerijen (hoylandt) een tiende penning verschuldigd waaronder 'ungefehr sieben taghwerck, etzlich nicht kan gemeihet werden, so mehrer zeitt mit waßer uberlaufft'.

De opbrengst van dit laatstgenoemd stuk land zal derhalve gering zijn geweest. De veestapel bestond in het jaar 1646 uit 4 paarden, 2 veulens, 11 koeien, 5 runderen, 12 varkens, 30 schapen en 2 bijenvolken. Zes jaar eerder bestond de levende have van Hof Schwering uit 3 paarden, 7 koeien, 3 runderen, 6 schapen en 9 varkens, waarop aan belastingen een Kerspelschatz van 3 Reichstaler drukte als ook een Contributionschatz, Meyschatz en Herbstschatz groot respektievelijk 3 Reichstaler, 2 Goldgulden en 18 Schilling. Verder moest aan 'den Frießenberger' 4 Schilling en 2 Pfennig worden betaald en ontving 'der gemeinte von Duete' iedere twee jaar 3 Schilling. Om de drie jaar werd aan 'Waterloh' ook nog eens eenzelfde bedrag afgedragen.

Zo halverwege de 18e eeuw hadden op Hof Schwering de verre voorouders Herman Aselage en Helena Kloppenburg een bestaan als pachters van een stuk land. Zij woonden er met hun kinderen Anna Maria Margaretha Elisabeth (mijn 4x-betovergrootmoeder), Anna's oudere zus Theodora Wilhelmina en de jongere kinderen Herman Fridericus en Gesina.

Tezelfder tijd woonden Dieterich Sanders en Maria, zijn vrouw, en vidua (weduwe) Alheid als pachters op Hof Schrievers 'onder Lathen'. Het betreft hier mogelijk een broer van Gerd Sanders, één van mijn verre voorvaderen. Zijn vrouw is Maria Henrickes, de inwonende weduwe lijkt de moeder van Maria te zijn. Herman Schrieuer (later ook: Schriever) die een geheel vrije Erbe was op Hof Schriever, was in het Düthe van de 17e eeuw 'lehenrurig ahn die Frauw Monielsche im Behell en Engelbert von Langen', hetgeen betekende dat hij de genoemde personen diensten verleende doordat hij voor hen 'bereden soldaat was'. In hoeverre hij hieraan een praktische invulling gaf, is niet bekend. Wel verkreeg hij in ruil mogelijk voorrechten die zijn Hof betroffen. Misschien was dit in de vorm van een hem geboden (persoonlijke) bescherming. Het ging Herman Schrieuer niet voor de wind. Optekeningen over de omvang van de boerderij en de veestapel maken duidelijk dat hij in het jaar 1640 niet in staat was gebleken een opgelopen schuld ter grootte van 200 Reichstaler te voldoen. De Dertigjarige Oorlog heeft het e.e.a. ongetwijfeld in negatieve zin beïnvloed. Herman Schrieuer bewerkte een stuk haverland, voor welk gebruik hij 'dem Landfursten den wagendienst thuet', een dienstverlening waartoe hij (met paard en wagen) verplicht was. Verder staat opgetekend: 'Hatt siebendehalbe tonne saett roggenlandt. Dauon ein halbe tonne saets zehentbar ahn Jungker Düethe. Hoylandt sieben taghwerck so theils grundtloeß.' De belastingen 'die op zijn boerderij drukten' waren de Kerspelschatzung: 2½ Reichstaler, de Contributionschatzung: 2½ Reichstaler, de Meyschatzung: 2 ggl. en de Herbstschatzung: 2 Reichstaler. De veestapel bestond uit 2 paarden, 4 koeien, 7 schapen en 2 varkens, 'tragende mutten'

    131.   Helena Maria Kloppenburg  geb. ± 1682, ged. ± 1682 (RK)

    132.   Wilibaldus Evers 
(Ewers), geb. ± 1689 te Frackel, ged. ± 1689 (RK) te Lathen,

                Wibbe 'uit Frackel' wonende (1749) te Frackelo,
                geh. (RK) 27-4-1717 te Lathen, get.: Theodor Schulte, Jacob Kock en Joes Mencke

    133.   Elisabeth Wilckens 
geb. te Groß Stavern' ged. 3-10-1694 (RK) te Sögel,

                'Elske uit Groß Stavern', overl. na 1689 te Frackel

    134.   Gerardus Jansen 
'uit Niederlangen', geh. (RK) 13-5-1725 te Lathen,
                trouwget.: Theodor Schulte en Joes Jansen


    135.   Susanna Hermes Arens 
'uit Niederlangen'

    152.   Joan Campeling 
(Johan Kampling)  geb. en ged. 22-12-1695 te Rhede,
                'Halberbe' te Rhede, overl. 25-8-1743 te Rhede, geh. 21-11-1730 te Rhede

    153.   Anna Judith Bröring 
geb. en ged. 5-3-1707 te Rhede, overl. 24-1-1775 te Rhede

    154.   Otto Blanckmann 
geb. 1700 te Rhede, overl. 7-6-1754 te Rhede,
                'Vollerbe' te Rhede, geh. 21-1-1727 te Rhede met


    155.   Anna Margaretha Wehrmann 
(Werdtmann) geb. te Heede,

'Vollerbe' op het 'Erbe zum Werde'. Oorspronkelijk behoorde dit Erbe in politiek opzicht bij het kerspel Heede en viel het kerkelijk gezien onder de parochie van Aschendorff

    160.   Robert Brian  geb. ± 1670,

'gevierd koopman van de stad Norden'. Hij wordt 1691 ingeschreven in het Burgerboek van de stad Norden onder de vermelding dat hij geboren is in Normandië. Zeer waarschijnlijk is hij - als koopman - gevlucht voor de onevenredig hoge belastingdruk op de Franse middenklasse. Toen - vanaf 1637 - ook de Fransen zich in de Dertigjarige Oorlog stortten, was er voor het voeren van de oorlog veel geld nodig. Frankrijk verarmde - tengevolge van deze inmenging - schrikbarend. Ook na de Vredesverdragen van Münster in 1648 moesten de burgers voor de wederopbouw (en om de staatskas op orde te krijgen) een zware tol betalen. Naar het schijnt zijn de Brians - met anderen - 'gevlucht' vanuit het Franse Dieppe. De vlucht naar het Oost-Friesland van de 17e eeuw werd bespoedigd en in de hand gewerkt door de Oostfriese politiek van die dagen. Bekwame en/of kapitaalkrachtige handwerk- en kooplieden werden met belastingvoordelen naar het Oostfriese land gelokt. Robert Brian vestigde zich in de Noordduitse stad Norden. Norden wordt voor het eerst genoemd in het jaar 884. In het jaar 1225 verkreeg zij stadsrechten. Vooral in de tweede helft van de 16e eeuw kwam de stad als havenstad tot grote bloei. Door aanslibbing van de kust ging het langzamerhand 'bergafwaarts' en geraakten handel en scheepvaart in verval. In de stad Norden was 'alles al wat vrijer' dan op het platteland, dit omdat het - als havenstad - direct onder de invloedssfeer lag van 'het groter Europa'.
Een andere (mogelijke) oorzaak van het vertrek zou de houding van de Franse koning, Lodewijk XIV, kunnen zijn jegens niet-katholieke onderdanen. Hij werkte een spoedig vertrek in de hand doordat hij de baantjes van 'andersdenkenden' aan katholieke ingezetenen gaf, hen weerde uit gilden en de doop van hun kinderen bemoeilijkte. Zo vertrokken er tot het jaar 1685 - vanwege uiteenlopende redenen - zo'n 200.000 Fransen en verlieten er in de periode van 1680-1720 alleen al meer dan 1 miljoen mensen hun Franse vaderland. Op 4 februari 1712 kochten Robert Brian en 46 andere burgers van de stad Norden een gebouwtje aan de Neuen Wege 78. De kosten: 430 Oostfriese guldens. 

Zij stichtten er een Volksschule, de 'Neuenwegener Schule'

                                       
De 'Neuenwegener Schule' anno jaren '90 vorige eeuw

Robert Brian overleed op 12 mei 1733: '1733 sub initium maii Leeram profectus ibidem post brevem sed vehementum infirmitatem obiit Robertus Brian, ex Gallia oriundus, novissime celebris civis et mercator huius urbis Nordanae'. De vertaling van deze aantekening 'uit het kerkelijk register' (zie verder Kwartierstaat van Robert Brian) luidt als volgt:
'Toen Robertus Brian in 1733 in het begin van mei, ook naar Leer vertrokken was, stierf hij na een korte maar hevige ziekte; Robert Brian, stammend uit Gallië en nog kort geleden een beroemd (=gevierd) burger en koopman van de stad Norden'

    161.   Antie Jurdahns  (Antie Janßen)

    162.   Lambertus Ketelaar 
overl. te Norden

    164.   Hiëronymus Ulferts 
geb. 1618, overl. 6-4-1693 te Emden, geh. 2-3-1667

    165.   Margaretha Janssen van Rossum 
geb. te Emden, overl. 1709 (?) te Emden.

Na de dood van Hiëronymus leende zij meerdere keren geld. Als onderpand dient een boerderij te Ter Borg, 'groot 60 Grasen'

    192.   Henrich Schnackenberg  geb. 1675 te Taaken, overl. 12-11-1753,
                'Häusling in Taaken'


    193.   Gieta Köncken 
geb. 1676 te Bittstedt, overl. en begr. 5-11-1726 te Taaken

    194.   Johann Köncken 
geb. 28-10-1692 te Nartum, ged. 28-10-1692 te Nartum,
                geh. 3-11-1718 te Sotttrum


    195.   Gesche Köncken 
geb. en ged. 10-6-1694 te Nartum

    198.   Josef Clasen

    199.   Trijntjen Arents

    228.   Jan Nicolaas  'wonende te Steenbergen'

    229.   Mettien Reijnders

    258.   Johann Jobst Rotvoß  geb. ± 1660 te Meppen

    259.   NN

    264.   Evert Wübben Rensken
 
geb. ± 1655 te Frackelho, ged. (RK) ± 1655 te Frackelho

    265.   Anna

    266.   Bene Schulte  (Wilkens), geb. ± 1655 te Klein Stavern, ged. ± 1655 (RK)

    267.   Anna Wilkens  geb. ± 1655 te Groß Stavern, Hoferbin, overl. na 1694

    268.   Wilhelm Jansen

    304.   Borchard Kampling
 
(genoemd Kampling)  geb. 1656 te Rhede, overl. 1698 te
                Rhede, geh. 1690 te Rhede


    305.   Hille Kampling 
geb. 18-1-1671 te Rhede, overl. 28-9-1732 te Rhede

Zij nam het Hof Kampling over nadat de Heuerleute Joh. Werneken en diens vrouw Hille vanaf 4 september 1677 gedurende 'enige tijd' het boerenbedrijf hadden geëxploiteerd

    306.   Gerhard Lephard Bröring  (Gerd Leffert) geb. 10-12-1678 te Rhede,
                overl. 12-8-1736 te Rhede, geh. 15-6-1706 te Rhede

    307.   Maria Ossevorth 
overl. 5-1-1753

    308.   Aike Otto Blanckmann 
geb. 10-12-1671 te Rhede, overl. 5-11-1725 te Rhede,

Vollerbe te Rhede. Naast het beroep van Zeller (akkerboer) verdiende hij ook als handwerker de kost. Zijn broer, Bernhard (Berend) werd (de) Hoferbe en neemt de boerderij van vader over

geh. 1700 met

    309.   Gebecca  (Gebbe/Gebbina)

    310.   Werdtmann
 
geb. en overl. te Heede

    311.   NN

    330.   Jan Goossen van Rossum 
geb. te Emden, overl. 24-5-1679 te Emden,
                1643: Vierzigger, 1660: Raadsheer, geh. 20-1-1638


    331.   Hebe Hilling

    384.   Henrich Schnackenberg
 
geb. 1635, overl. te Taaken,
                'Häusling in Taaken'


    385.   Alcke Meijer 
Schröder, geb. 1637, overl. en begr. 7-1-1707 te Taaken.
                Haar 1e huw. was dat met Henrich Schröder (huw.datum: 23-11-1664)


    388.   Henrich Köncken 
geb. 1665 te Nartum, overl. en begr. 30-11-1699,
                'Häusling in Nartum', geh. 28-10-1687 te Sottrum


    389.   Tibcke Rörs 
geb. 1672 te Nartum, overl. 6-11-1733 te Nartum

    390.   Christopher Köncken 
geb. 1656, overl en begr. 21-4-1696 te Nartum,
                geh. 28-10-1690


    391.   Maria Köncken 
geb. 1670 te Nartum, overl. 19-11-1730 te Nartum

    516.   Albert Rotvoß  Rittmeister

    517.   Margaretha Risow  geb. ± 1630, ged. ± 1630 (RK) te Meppen

    528.   Wübbe Rensken 
geb. ± 1625 te Frackelho, ged. (RK) ± 1625 te Frackelho

Vibbo, wonend in het kerspel Lathen te Frackelho (1659)
Inwonend is moeder, 'vidua (weduwe) Elisabeth'

    532.   Hermann Schulte  geb.± 1625 te Klein Stavern, Beerbter, overl. na 1652 te Klein Stavern

    533.   Immeke  overl. na 1652 te Klein Stavern

    534.   Wilcke Jansen  geb. ± 1625 te Groß Stavern, ged. ± 1625 (RK) te Groß Stavern, Brinksitzer

    535.   Gesina

    529.   Anna

    610.   Hermann Kampling
 
geb. 1621 te Rhede, overl. tussen 1672 of 1677 te Rhede,

1e huw. met Tecla, 2e huw. met Hille.
Zowel Hille als ook haar kinderen uit het huwelijk met Hermann Kampling, t.w. Hermann, Berent, Tecla en Engelke vonden in het jaar 1666 tengevolge van een pestepidemie de dood.
Hermann Kampling is voor de 3e keer gehuwd en wel in 1677

    611.   Elske  geb. 1640, overl. vóór 1677

    612.   Heinrich Gerdes 
(genoemd: Bröring), geb. 1636 te Landegge, overl. 28-2-1702 te
                Rhede, geh. 1675 te Rhede


    613.   Tibe zum Hunfeld 
geb. 1633 te Heede, overl. te Rhede

    616.   Aike Blanckmann 
geb. 1642 te Rhede, overl. en begr. 25-6-1726 te Rhede,
                geh. te Rhede, Vollerbe


    617.   Thalle 
(Taleke)

    620.   Hermann Werdtmann

    621.   Catharina

    660.   Jan Goossen van Rossum
 
geh. 13-2-1598 te Rhede

    661.   Lisbeth Janssen

    662.   Lutet Hilling
 
geh. 20-10-1611 te Emden

    663.   Frouke

  1034.   Bruno Risow  geb. ± 1565, overl. na 1626 te Meppen

                Fuhrunternehmer und Krämer, 1602: 'hält (holt) Pferde und Wagen und treibt dhabei Kramerei an                  Potten; wohnt in Meppen am Domhof 7'

  1035.   NN

  1056.   Evert Renßken 
geb. ± 1590 te Frackelho, ged. ± 1590 te Frackelho (Ev.), overl. 1643-1645

Woont te Frackel. In 1640 koopt hij van Johan Arndts, 'ein gehell frey Erbe',: drittehalb vierdhop

  1057.   Elisabeth  Leineweberin, overl. na 1659

  1216.   Herman Campelinck

  1217.   Hille  

  1220.   Hermann Kampling
  geb. 1595 te Rhede, overl. 1637, geh. 1617 te Rhede
                Hoferbe Hof Kampling


  1221.   Hille 
geb. 1595 te Fechtel, overl. na 1652 te Rhede

Uit een rapport, uitgebracht in het jaar 1645 door drost Dietrich von Velen het volgende: 'De weduwe Hille woont daar (Rhede!) al 28 jaar. Zij is geboren te Fechtel (Stift Osnabrück). Haar man is 8 jaar geleden als soldaat gesneuveld. Nu woont de weduwe in een kleine hut en het Erbe ligt er woest bij. De schuur is door Hessische troepen in brand gestoken. De kinderen hebben niet de middelen om het Erbe te bewerken. Bovendien is zoon Hermann (24 jaar) door de Hessen gedwongen dienst te nemen in hun legers. Hij is inmiddels door keizerlijke troepen gevangen genomen, waarna Hermann Kampling 'hier' als soldaat ging dienen. Slechts haar zoon Wehmke (15 jaar oud) woont bij moeder in, want ook dochter Ebel (24 jaar) vertoeft elders. Zij woont en werkt in de plaats Emden'

  1224.   Gerdt Arendts  geb. te Landegge. Toen hij als soldaat (slechts 15 jaar oud) 'uit de oorlog'                  terugkeerde 'war praktisch nichts mehr vorhanden'

  1225.   Daia Bröring 
geb. 1610 te Rhede

  1226.   Albert zum Hunfelt

  1227.   Tibe

  1232.   Hermann Struve 
(genoemd: Blanck(e)mann), geb. 1615 te Lehe, overl. te Rhede,
                geh. ± 1641, Zeller (akkerboer)


  1233.   Gebbecke Blanckmann 
geb. 1613 te Rhede, overl.1667 te Rhede

Zij vertelt het Hofgericht op 31 mei 1645 dat haar vader, Alert Blancke, 30 jaar geleden 'op het Erbe gekomen is'. Zijn eerste vrouw, Anna zur Dever uit 'Devermollen', uit het kerspel Aschendorf en hun kinderen zouden vóór 1622, de 'Mansfelder Zeiten' (een periode die t.z.t. wordt besproken in Speurtocht naar het verleden) gestorven zijn. Ongeveer te dezer tijd zouden haar vader en moeder zijn getrouwd. Tot het jaar 1640 hadden zij het Erbe geëxploiteerd, waarna zij, vanwege de grote armoede en omdat vader verlamd raakte, de boerderij moesten verlaten. Momenteel, zo vervolgt zij, wonen haar ouders in een kleine 'Spieker' (voorraadschuur). Zij zouden in grote armoe leven.

Zij zegt zelf ongeveer in het jaar 1641 met Hermann Struve uit Lehe te zijn getrouwd. Doordat deze inhuwelijkte, kreeg hij de naam Blanck(e)mann. Zij en haar man hadden weliswaar het Erbe overgenomen, maar zij zouden niet in staat zijn de schulden te betalen. De toekomst ziet er niet bepaald florissant uit. In deze tijd van terreur, tengevolge van de Dertigjarige Oorlog; zie Speurtocht naar het verleden, zien de beide echtelieden geen mogelijkheden om voldoende geld te verdienen. Mogelijk moeten zij het Erbe weer verlaten om des daags door middel van 'Tagheuer' te zorgen dat er voor zichzelf en de kinderen brood op de plank komt, zo deelde Gebbecke het Hofgericht mee.

Tengevolge van de ellendige oorlogsjaren - de Dertigjarige Oorlog woedde in de periode van 1618 tot 1648 - zag het er voor de ouders van Gebbecke aan het begin van de 17e eeuw verre van rooskleurig uit

Uit  Elf generaties Sanders
De Dertigjarige Oorlog

 

Gebbecke zelf werd in het jaar 1667, ongeveer vierënvijftig jaar oud, geveld door de pest, in de volksmond 'de zwarte dood' genoemd. Hof Blankemann werd in het jaar 1590 overgenomen door Lueke Blankemann en haar man Aike. Daarvoor werd het Hof geëxploiteerd door vader Alert en moeder Swaneke

  1240.   Jasper tum Werde

  1241.    NN

  1322.   Johan van der Ham

  1323.   NN

  1326.   Hans Bojen

  1327.   NN

  2112.   Johann Renßken  geb. ± 1570 te Frackel, ged. ± 1570 (RK), overl. na 1606

  2113.   NN

  2440.   Engelke Kampling
 
geb. 1570 te Rhede, Hoferbe Hof Kampling, overl. na 1620

  2441.   NN

  2448.   Hinrich Arendts

  2449.   Helena


  2450.   Tonnieß Leffert Bröring 
geb. 1580 te Rhede, overl. 1620 te Rhede

  2451.   Anna

  2466.   Alert Blanckmann
 
(Alardus Blancke), geb. 1589 te Rhede, overl. na 1659
                te Rhede, geh. te Rhede, Vollerbe te Rhede, Zeller (akkerboer)


  2467.   Lieke zum Sande 
(Lucretia), geb. te Lehe, overl. 1659 te Rhede

  4880.   Johan Kampling 
geb. 1545 te Rhede, Hoferbe Hof Kampling, overl. 1593-1606

  4881.   NN

  4896.   Hinrich Arendts

  4897.   Helena

  4900.   Leffert Bröring
 
geb. 1525 te Rhede

  4901.   Reneke

  4932.   Aike 
overl.1602, Zeller (akkerboer)

  4933.   Luke Blanckmann 
Lu(ek)e geb. te Rhede, overl. 1602 te Rhede

  4934.   Iohan thom Sande 
geb. en overl. te Lehe

  4935.   Amele

  9760.   Hermann Kampling
 
geb. 1520
                te Rhede, overl. 1574-1592 te Rhede

  9761.    NN

Voor de gegevens betreffende afgedragen belasting door het Hof Kampling, zoals deze zijn opgetekend in de Steuerlisten van het Vorstbisdom Münster en het Domkapitel Münster: klik hier

  9800.   Leffert Bröring  geb. 1500 te Rhede, overl. 1548 te Rhede

  9866.   Alert Blanckmann 
geb. te Rhede, overl. 1590 te Rhede, Zeller (akkerboer)

In het jaar 1614 had Alardus Blanckmann (er worden overigens meerdere schrijfwijzen gehanteerd) tot de Münsterse raadsheren gericht. Hij schrijft dat zijn grootmoeder ongeveer een jaar geleden onder armoedige omstandigheden is overleden. De erfenis was - zo stelt hij - zo gering geweest, dat hiermee maar net de kosten voor de doodskist en de begrafenis konden worden gedekt. Bovendien voerde hij aan dat hij haar gedurende haar ziekte (Wassersucht) had verpleegd en onderhouden en dat hij voor haar bovendien een som groot 10 Reichstaler had betaald. Haar bezit, groot 6 Reichstaler, zou in die tijd zijn opgeraakt. Ze zou slechts 'haar dode lichaam nagelaten hebben'. De bewering dat zij bij haar dood 14 Taler zou hebben bezeten, kon dus onmogelijk juist zijn, aldus Alardus Blanckmann.

'Mijn eigen bezittingen zijn niet eens zoveel waard', zo schrijft hij. Maar als hij toch zo zwaar belast zal worden, 'dan zou dit hem en zijn kleine kinderen ongetwijfeld aan de bedelstaf brengen'.

In het jaar 1615 verzocht de raadsheer de buren van Alardus Blanckmann om informatie inzake de zojuist beschreven kwestie. Deze getuigden dat de grootmoeder 'über Jahres Zeitt'(en) onder ellendige omstandigheden bedlegerig was geweest en dat zij door hun buurman moest worden verpleegd. Blanckmann zou ook voor de voeding en andere verzorging 'opgedraaid zijn', 'täg: und Stundtlich'. De oude vrouw zou problemen hebben gehad met de 'Seichbotte' en - zo verklaarden de buren verder - Alert Blanckmann zou 'solches alles auß den krögen und hoebhen auffborgen habe muessen'. En wat de nietige koe en het kledingstuk (of iets dergelijks) betrof: deze 'erfenis' zou bij lange na niet opwegen tegen de door hun buurman gemaakte kosten ter zake van de verpleging van zijn zieke grootmoeder. (Mogelijk betrof het hier Swaneke, R.E.F. Sanders!) Wat er van de ouders en broers (of zusters) van Alert Blanckmann 'was geworden' - en waar zij nu vertoefden - was de buren niet bekend. De verarming van het Hof - tengevolge van de Dertigjarige Oorlog - werd door rechter Mowe op schrijnende wijze aan het licht gebracht.

Zo brengt hij - na een bezichtiging van de boerderijen en landeren van het Hof in het begin van de 17e eeuw - op 2 mei 1615 - een rapport uit, waarin de situatie van de landerijen en hooilanden ter plekke wordt beschreven. 'Deze is nog net zo 'als voor vele jaren eens is vastgesteld'. Inmiddels - zo stelde Mowe - ligt het huis er 'wuest' bij en is het Erbe 'verstorben'. Ik heb er geen vee aangetroffen. De voogden van de huidige erfgenaam, Alardus (die nog minderjarig is), hebben voor 'den infall und sonsten' de in het rapport genoemde landerijen en hooivelden verpacht. Er is weinig meer voorhanden. Er is geen huisraad, beddegoed, vee, er zijn geen ploegen of wagens.' Niets van dat alles. 'Slechts een in slechte toestand verkerend bed, dat weinig meer dan 2 Reichstaler waard was.'

De erfgenaam, Alert Blanckmann, wilde nu - overigens op advies van de rijksambtenaar - het Erbe overnemen en met Anna, de dochter van 'Herman zur Dever' trouwen. Deze Hermann zur Dever had zijn dochter een bruidsschat groot 130 'schlichte' taler, een koe, een paard en een kleine hoeveelheid 'Kistenfüllung' beloofd

  9867.   Swaneke Wotte  geb. te Rhede, overl. 1610 te Rhede

We schrijven het jaar 1590 als Herman von Velen jr. zijn vader, Herman von Velen sr., meedeelt dat Alert Blanckman te Rhede (de grootvader van Alardus Blanckmann, die eerst met Anna zur Dever en daarna met Lueke zum Sande was gehuwd) 'Wittibe' (weduwe) Swaneke vraagt haar zoon het Erbe 'over te doen'. En zo gebeurt

19520.   Kampling  geb. 1490 te Rhede, overl. 1548-1568 te Rhede, Hoferbe Hof Kampling

19521.   NN

19600.   Bröring

19601.
   Talcke Schulte 
geb. 1470 te Wahn, overl. 1499 te Rhede

19732.   Lubbert Blanckman
               
Zeller (akkerboer)

19734.   Herman Wottens
               
Hij had een eigen 'boerenbedrijfje'

38200.   Lubbert Bröring 
geb. 1450 te Rhede, overl. 1499 te Rhede

39040.   Kampling 
geb. 1465 te Rhede, overl. 1499 te Rhede
                Hoferbe Hof Kampling

39041.   NN

39202.   Hermann Schulte 
geb. 1450 te Wahn, overl. 1499 te Wahn

 

 

*    Waar het in Elf generaties Sanders 'vanaf Gerard Herm. Sanders - voor wat betreft het vervolg van de Kwartierstaat - nog bij een veronderstelling moest blijven, treft U hier op mijn website het vervolg en de zekerheid van dit vervolg aan.

Bronnen Kampling, Bröring: Otto Kampling. Bovenstaande staat zeer uitgebreid beschreven in mijn   Het geslacht Sanders uit het Duitse Eemsland (1995). Hiervan zijn geen exemplaren meer beschikbaar. Zie verder ook: www.berndjosefjansen.de

Voor verdere bronnen: zie Bronnen

Copyright © 1995-2008, R.E.F. Sanders